1/15
Home / 15 Most visited /

Treinbeschieting

Treinbeschieting.jpg ThumbnailsGroeten uit Marienheem, cafe-restaurant De KoenjerThumbnailsGroeten uit Marienheem, cafe-restaurant De Koenjer

Kleinste passagiers treinbeschieting sliepen in voederbakken voor de paarden...
Op 25 februari 1945 werd een trein vol evacuees beschoten. Dat gebeurde bij Mariënheem. De plek ligt tussen de boerderij van Kloosterman en de basisschool. Ter hoogte van de waterleiding.
Vier doden en ruim tachtig gewonden vielen daarbij. Het Raalter ziekenhuis kon de stroom niet aan en vele gewonden werden elders ondergebracht in ziekenhuizen.
Van Marijke Schmitz-Hutten ontvingen we een verhaal dat geschreven is door Jac Smeets. Daarin is opgetekend wat vooraf ging aan die beschieting, maar ook wat later volgde. Zoals de bijzondere hulp die geboden werd door inwoners van de gemeente Raalte. Zo was er een gezin met tien kinderen. Alle kinderen vonden onderdak bij een boerengezin. Om voldoende slaapplek te hebben werden de kleinsten te slapen gelegd in voerbakken van de paarden...
Het verslag lees je in ene adem uit. We moeten echter wel verder in dit verhaal duiken, omdat we wat data betreft er nog niet uit zijn. Er wordt gesproken over Kerstmis 1944 terwijl de trein in februari 1945 beschoten is. Daar is e.e.a. niet helder.
Hieronder het verhaal van Jac Smeets...
KERSTMIS 1944
door Jac Smeets
Het waren de laatste maanden van de oorlog en je kon aan de mensen merken dat ze bang en onzeker waren over de afloop van de oorlog. Steeds vaker werden door de Duitse soldaten razzia's gehouden om mannen en jongens te vinden die dan in Duitse fabrieken moesten werken. Bij zo'n razzia in november 1944 in Melick werden 17 jongens en mannen opgepakt en afgevoerd naar Duitsland waar zij in een fabriek moesten gaan werken. Bij deze mannen uit Melick was ook vader Wolters. Reinhard Wolters, bekend als Reinard van de Bekker, was getrouwd met Barbara Coenen. Het gezin Wolters-Coenen woonde aan de Dorpsstraat in Melick en kreeg twaalf kinderen, waarvan er twee na de oorlog geboren zijn.
Moeder Wolters bleef in Melick met tien kinderen achter; de jongste Barbara was drie maanden en de oudste Thomas was veertien jaar. Nu was er in Melick een oud-gemeentesecretaris Bair Claessen die van de Duitsers een vrijbrief kreeg om contact te mogen onderhouden met de mannen in Duitsland. In ruil daarvoor moest hij in Melick de burgerlijke stand bijhouden. Tot overmaat van ramp kwam midden december 1944 in Melick het bericht dat alle mensen de volgende dag om 12.00 uur in Roermond op het station moesten zijn en per trein naar Friesland vervoerd zouden worden. Men mocht alleen meenemen wat men kon dragen, hetgeen een probleem opleverde omdat de kleinsten van het gezin Wolters nog niet konden lopen.
De volgende morgen trok moeder Wolters met de tien kinderen naar Roermond, waar een goederentrein klaar stond. Hierin werden alle mensen gepropt. Geen banken of stoelen, nee, allemaal staan. Als je geluk had kon je tegen de wand van de wagon wat steun zoeken, de rest moest gewoon op de grond gaan zitten. De trein vertrok richting Friesland. Na enkele uren kwamen er ineens Engelse vliegtuigen die de trein vol mensen beschoten. De locomotief vloog daarbij in brand en doorrijden was niet meer mogelijk. ledereen moest uit de trein en daar stonden de mensen uit Melick langs de spoorlijn, midden in het open veld. De kinderen Wolters waren helemaal in paniek, want moeder was er niet. Het bleek dat zij nog zwaar gewond in de trein op de grond lag, de kleinste tegen zich aangedrukt. Een vliegtuigkogel had haar in de buik geraakt. Er kwam een vrachtwagen van het Rode Kruis, die moeder meenam naar het ziekenhuis van Raalte in de provincie Overijssel. De meeste mensen liepen al richting Raalte, maar de tien kinderen Wolters stonden nog steeds aan de spoorlijn. Ineens kwam er een man met paard en wagen, die eigenlijk de bedoeling had om mensen mee te nemen die slecht ter been waren of die te oud waren om zelf te lopen. Toen hij echter de kinderen zo hopeloos en hulpeloos zag staan, zei hij: 'Jullie gaan allemaal op de wagen met mij mee naar de boerderij. Ik maak plaats voor jullie.' De boerderij van de familie Ten Hove was gelegen in Mariënheem ten oosten van Raalte. Daar aangekomen, zag de boerin al direct dat er eerst gegeten moest worden. Boer Bernard ten Hove en zijn vrouw Marie hadden zelf ook zeven kleine kinderen en toen bleek dat de twee kleinste kinderen Wolters nog de fles kregen, was dat zo geregeld. De boer zelf was inmiddels met enkele buren de paardenstal woonklaar aan het maken. De paarden werden in een schuur gezet en de stal werd goed gepoetst. In een helft van de stal werd een dikke laag stro gelegd, daar overheen zeilen en de onderlaag van de bedden was klaar. Waar de dekens ineens allemaal vandaan kwamen, was een raadsel, maar ze waren er in overvloed en zo hadden de kinderen Wolters een ruim en warm slaapzaaltje. Voor de twee kleinsten werd een bedje gemaakt in de voerbakken van de paarden. Die voldeden heel goed.
In de andere helft van de stal werd een tafel, enkele stoelen en een kachel neergezet en zo hadden de kinderen Wolters een eigen huisje onder leiding van de boerin. Deze liep echter rond met een probleem. Zij dacht maar steeds aan moeder Wolters die in Raalte in het ziekenhuis lag en niet wist waar haar kinderen waren en hoe het met hen ging. De boerin ging naar haar man en zei: ,,lk ga vanmiddag naar het ziekenhuis om te kijken hoe het met mevrouw Wolters is en of ik iets voor haar kan doen." Zo gebeurde het. De afstand van boerderij naar ziekenhuis was twintig kilometer en was grotendeels on¬verharde weg. De boerin legde die weg fietsend af. In het ziekenhuis aangekomen, vond zij moeder Wolters, die heel zwak was en steeds de ogen dicht hield. De boerin vertelde haar dat het met haar kinderen goed ging en dat ze alle tien gezond waren. ,,lk beloof u dat we heel goed voor ze zullen zorgen en ik kom u iedere dag bezoeken en breng dan om beurten één van de kinderen mee." Moeder Wolters deed de ogen open en zei: ,,Mevrouw, bedankt voor alles en doe alle kinderen de groeten."
De gemeentesecretaris in Melick had inmiddels via het gemeentehuis te horen gekregen dat de trein niet in Friesland was aangekomen en door vliegtuigen beschoten was. De mensen uit Melick waren allen in de gemeente Raalte ondergebracht en moeder Wolters lag daar zwaar gewond in het ziekenhuis. Deze boodschap bracht hij weer over aan de mannen in de Duitse fabriek, waarop vader Wolters naar hem toekwam en zei: ,,Als je de volgende keer weer komt, moet je niet naar mij vragen, want ik probeer hier weg te komen. Uiteindelijk hoor ik nu bij mijn vrouw en kinderen te zijn." De gemeentesecretaris probeerde Wolters nog op andere gedachten te brengen door hem op het gevaar te wijzen dat hij gepakt zou kunnen worden, hetgeen hij vermoedelijk met de dood zou moeten bekopen.
Op een nacht is vader Reinard Wolters ontsnapt en is lopend naar Raalte gegaan. Hij was doodsbang, maar niets en niemand kon hem weerhouden om weer bij zijn gezin te kunnen zijn. Hij stak de grens over en vervolgde zijn tocht noordwaarts. Hij liep alleen als het donker was, om te voorkomen dat hij opgepakt zou worden. Zijn voettocht duurde twee weken en op afgelegen boerderijen vroeg hij om eten en drinken. Boerin Marie ten Hove in Mariënheem was inmiddels vier weken lang iedere dag naar het ziekenhuis aan het gaan en kwam toen met het goede nieuws thuis dat moeder Wolters voor Kerstmis naar huis mocht. Er werd in de stal een bed klaargemaakt voor haar. De boerin had nog ergens een kerstkribje weten te bemachtigen en zo was er toch een beetje kerstsfeer. De dag voor Kerstmis ging boer Ten Hove al om acht uur met paard en wagen op weg naar het ziekenhuis om moeder Wolters op te halen. Ze werd op een provisorisch bed op de wagen gelegd en tegen vier uur kwamen zij aan op de boerderij.
Het was kerstavond en moeder Wolters zei: ,,Ik wil even uitrusten en daarna gaan we kerstliedjes zingen en bidden dat vader weer gauw gezond in ons midden mag zijn." Om ongeveer zeven uur 's avonds had moeder Wolters alle kinderen om haar bed verzameld; de twee kleinsten mochten ieder aan een kant naast haar in bed en zo werden er kerstliedjes gezongen en na ieder liedje werd er een tientje van de rozenkrans gebeden. Dit had al ongeveer een uur geduurd toen plotseling de deur van de stal open ging en vader Wolters in de deuropening stond. Ik denk dat jullie het verdere verloop van die avond zelf wel kunnen invullen.